Passie, angst & geloof: 'Mijn leven is een vloektirade'
Interview, Univers, 22-09-11
Wat drijft succesvolle mensen? Dat onderzoekt Univers in de serie ‘Passie, angst & geloof’. Deze keer: cultuurtheoloog Frank G. Bosman (32), afgelopen zomer uitgeroepen tot meest spraakmakende theoloog.
Hij schrijft recensies over Lady Gaga en Robbie Williams, twittert over de nieuwste game Brink, en analyseert een reclame over erotisch speelgoed. Allemaal bedoeld om mensen ervan bewust te maken dat het christelijke aspect nog springlevend is in de huidige maatschappij, dat er een religieuze laag zit onder die moderne uitingen. Gaga die over Judas zingt, Williams over engelen en Durex die als slogan ‘Play with the devil’ hanteert. Zijn moderne insteek, samen met een flinke pr-actie, leverde hem de titel ‘Nederlands meest spraakmakende theoloog’ op.
“O, houden we het interview ’s ochtends? Dan kunnen we wel geen biertjes drinken”, zegt hij van tevoren aan de telefoon. Het worden twee cappuccino en twee sigaretten. Hij heeft ze veel gehad de afgelopen tijd, interviews. NRC Handelsblad noemde hem ‘een van de geheime wapens van de katholieke kerk: jong, vrolijk, kundig, veelzijdig en toch: helemaal katholiek.’ Hij vindt het allemaal ‘verschrikkelijk leuk’, die interviews. Bosman: “Dat is toch heel menselijk, om aandacht leuk te vinden? En het is fijn dat mensen belangstelling hebben voor het verhaal dat ik te vertellen heb.”
Hoe zit het met het gevaar op ego-vorming?
“Ja, dat is enorm. Om leuk te vinden wat ik doe, moet je over een bepaalde mate van extravertheid en zelfverzekerdheid beschikken. De keerzijde daarvan is arrogantie. Een groot ego. Ik kan niks ter verdediging aanvoeren – dat gevaar is heel groot. Af en toe merk ik ook wel: nou, het gaat nu teveel over mezelf en te weinig over het verhaal dat ik wil vertellen: over God, de samenleving.”
Fluit je vrouw je wel eens terug?
“Ja, maar dan heel impliciet. Subtiel, liefdevol. Als ik bijvoorbeeld teveel klets in gezelschap, fluistert ze in mijn oor: ‘ík vind het heerlijk om naar jouw stem te luisteren.’ En dan weet ik al: oja, de ander natuurlijk niet. Je hebt gelijk, dankjewel.”
Bosman vertelt snel, behoeft geen denkpauzes, gooit er eens een bijbelverhaal doorheen, of neuriet een liedje. Hoewel zijn columns en tweets pittig kunnen zijn, is hij in gesprek opvallend mild en genuanceerd. “Ik heb af en toe de neiging om cynisch te zijn. Meestal weet ik dat in mezelf te houden, maar soms komt het eruit. Ik vind dat je soms ook wel moet durven prikkelen. Maar je moet wel weten dat het cynisch is, anders komt er zo’n ultra conservatief katholiekje uit en dat ben ik dus niet.”
Zou je ook in een ander geloof kunnen geloven?
“Ja, ik denk het wel. Ik voel me nu het meeste thuis bij de christelijke traditie. Maar als ik in een ander land of gezin was geboren, was ik misschien moslim geweest. Ik ben een ‘inclusivistische’ theoloog. Ik geloof dat er vele wegen naar het goddelijke leiden. Iedereen die oprecht probeert het goede te doen, zal veilig en wel uitkomen.”
Bosman groeide op als enigs kind in een devoot gezin, vlakbij Den Haag. Daar werd hij ondergedompeld in het katholieke geloof inclusief bedevaart, rozenkransen, heiligbeelden en veel bidden en biechten. Rond zijn veertiende wilde hij priester worden. “Dat vond mijn hele sociale omgeving fantastisch, het was ongeveer het hoogste wat je kon behalen.” Toch kwamen na een jaar priesteropleiding, op zijn negentiende, steeds meer twijfels bovendrijven over deze gekozen weg. “Sowieso had ik geen celibaatroeping. Dat kon ik niet. En ik had de behoefte om de katholieke traditie kritisch te bevragen, om opgeschrikt te worden, door elkaar gerammeld te worden, geconfronteerd te worden. Maar die ruimte was er niet op het seminarie.”
Het werd een strijd voor Bosman. “Ik zat zo opgesloten in dat idee: dit moet ik doen. Ook omdat ik wist dat ik mijn ouders en hele sociale omgeving hevig zou teleurstellen.” En terwijl hij overspoeld werd door de twijfels, kwam zijn ticket out voorbij lopen. In de vorm van een prachtige roodharige vrouw. “Ja, dacht ik. Dáár doe ik het voor. Ik vind dat wel een van de mooiste redenen om van het seminarie af te gaan: de liefde van je leven. Ik ben een romantische ziel.” Maar daarmee was zijn eigen gevecht nog niet ten einde. Niet alleen kwam hij zelf in een geloofscrisis terecht, ook kreeg hij te maken met de afkeur van vrienden en familie. “Mijn hele sociale netwerk begreep het niet. Mijn ouders hebben er verschrikkelijk veel moeite mee gehad, dat snap ik ook. Ze waren oprecht bang dat ik de beslissing in een opwelling nam. Ze hadden de twijfels vooraf niet meegemaakt, want die hield ik verborgen. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen.” Terugkijkend ziet hij het als zijn ‘ultieme afzetmoment’. “Ik ben een vreselijke niet-puber geweest. Ik heb al mijn puberenergie opgespaard om dat er in één keer uit te laten komen.”
Het betekent niet dat Bosman nu nooit meer twijfelt over het geloof. “Natuurlijk twijfel ik: ik ben ook wetenschapper, een rationeel mens. En geloven is: niet zeker weten. We hebben allemaal demonen in onze ziel: twijfel, cynisme, wanhoop en haat. Daar moet je een keer in de zoveel tijd tegen vechten.”
Dan is er de angst dat er eigenlijk niks is?
“Ja. Dat ik boven kom na mijn dood en erachter kom dat het leven een resultaat is van een toevallige samenloop van kosmische omstandigheden. Zinloos en doelloos. Dat zou ik verschrikkelijk vinden en dat weiger ik te geloven. Dat maakt het leven leeg. Dan is verliefdheid alleen nog een chemisch proces in je hoofd. Dan is liefde niet meer de kracht die ons voortdrijft. Voor mij is God de borg voor de poëzie, emoties, esthetiek en moraal in het leven. Maar mijn geloof gaat met pieken en dalen. Soms rollen de tranen over m’n gezicht en denk ik: God, nu weet ik dat je er bent.”
Welke momenten zijn dat?
“Dat zijn van die geluksmomenten. Als ik een heel mooi diep gesprek met iemand heb gehad. Als ik in de kerk zit met prachtige muziek. Als ik naar een film kijk, een muziekstuk hoor, mijn vrouw vasthoud of mijn kinderen een aai over de bol geef. Dan denk ik: dit is waar het ten diepste om gaat. En dan voel ik mijn hart overstromen van geluk, van dankbaarheid.”
Huil je dan ook makkelijk?
“Huil je dan ook makkelijk!? En dat vraag je aan een macho-man? O, nou.. jahoor. Ik laat heel makkelijk mijn emoties zien. Ik ga niet met lange uithalen grienen. Maar mensen zijn gemaakt om geraakt te worden door elkaar. En als je geest daarop reageert door tranen, dan hoort dat bij ons mens-zijn. Ik heb dat ook als ik naar muziek luister. Dan stroomt m’n hart over van alle emoties.”
Gepassioneerd somt Bosman een lijst op van muziek, films en boeken die hem ten diepste raken. “Our Farewell van Within Temptation, dat snijdt door mijn ziel heen. De vier jaargetijden van Vivaldi, het Requiem van Mozart. Afgelopen week was ik bijvoorbeeld in Wenen in een jezuïetenkerk en tijdens de communie-uitreiking speelden ze een melodie waarbij de tranen over mijn wangen rolden. Ik dacht: wat gebeurt hier? Daarna besefte ik dat het dezelfde muziek was die we draaiden terwijl mijn zoontje geboren is.” Terwijl hij het vertelt, schiet Bosman vol. En ook daarna, als hij overstapt op de film The Mission en bijbehorende muziek neuriet. “Stom he? Dat gaat door merg en been. Sorry hoor… moet je straks in je interview opschrijven – de geïnterviewde kon niet meer verder praten, want was overmand door emoties.”
Het goddelijke
Het goddelijke aspect terugvinden én voelen in alledaagse dingen, is de manier waarop Bosman in het leven staat. Hij gaat wel op zondag naar de kerk – waar hij als gitarist meedoet in het koor -, maar een gebedsmens is hij niet. “Mijn spiritualiteit is dat ik in de ontmoetingen met mensen iets van God probeer te herkennen. Ik wil mensen niet overtuigen van mijn religie, maar ik wil wel horen hoe ze over de grote zaken van het leven denken. Dankzij anderen kan ik weer meer van God begrijpen. Op die manier probeer ik mijn hele leven een gebed te laten zijn. Nou, het is vaak een vloektirade hoor.”
Frank Gerardus Bosman (1978) is programmacoördinator bij LUCE – centrum voor religieuze communicatie, aan de theologische faculteit. Daar organiseert hij onder andere lezingen, symposia en cursussen. Ook werkt Bosman aan een proefschrift over de dadaïst Hugo Ball. Bosman houdt zich bezig met moderne cultuuruitingen en noemt zichzelf daarom cultuurtheoloog. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen van 10 en 9.
...
|