Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

'Aangekruist' (RKK Kruispunt)
lijn

Boeken
lijn

Wetenschap
lijn
Publicaties (NL)
Scholary reviews (EN)
Congresses and lectures (EN)
Proefschrift over Hugo Ball (NL)

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames
Musicals en theater

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"wat een spreker is die man!"
- Mirjam Nieboer (IKON)

"de Lucky Luke onder de theologen: schrijft sneller dan zijn schaduw" - Katholiek.nl

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker"
- De Scherper

'Wees niet bang'
Interview, Trouw, 01-08-11

In de rubriek ‘De Zin Van’ kozen bekende en minder bekende Nederlanders de afgelopen jaren hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin. In de maand augustus laten we nog vijf mensen aan het woord. Frank Bosman (1978) is cultuurtheoloog en werd uitgeroepen tot ‘meest spraakmakende theoloog’ tijdens de onlangs voor het eerst gehouden Nacht van de Theologie.

‘Samen met duizenden jongeren stond ik als achttienjarige op het Hippodrome in Parijs. We woonden de Wereldjongerendagen van de rooms-katholieke kerk bij. Met een groep priesters in opleiding waren we op roepingsris. We moesten ontdekken of wij wel echt het ambt wilden gaan bekleden. Die avond sprak paus Johannes Paulus II – inmiddels zalig verklaard – over de toekomst. Het was 1997, dus we hikten tegen de millenniumbug aan, allerlei doemscenario’s deden de ronde. Maar de paus zei: “Wees niet bang.” En niet één keer, maar hij bleef het herhalen, als een mantra. Het lijkt alsof rampen om ons heen toenemen, en het christendom langzaam wegkwijnt, zei hij, maar de kerk en het getuigenis van Jezus Christus blijft bestaan. Dat maakte enorm veel indruk op me. Ook al ben ik uiteindelijk geen priester geworden.

Ook Jezus zegt het heel vaak, in de Bijbel. En als de vrouwen op Paasochtend bij het lege graf van Jezus aankomen, zegt een engel: “Wees niet bang, maar vertel het de anderen!” Deze zin betrek ik op mijn hele leven. Ik raak niet in paniek wanneer een route die ik heb uitgestippeld doodloopt. Ik ben opgegroeid in een devoot katholiek gezin, in de laatste jaren van wat het rijke roomse leven heette. Het was al vroeg voor iedereen duidelijk dat ik priester zou worden, en ik was een heel eind op weg. Totdat ik op mijn negentiende mijn grote liefde ontmoette. Het leven is niet te regisseren. Dat betekent niet dat je als een fatalistische vrijbuiter door het leven moet gaan – je hebt nog steeds verantwoordelijkheden. Maar als ik linksaf wil, betekent dat niet dat linksaf de enige goede weg is. Zo wil ik bijvoorbeeld graag promoveren, hoogleraar worden. Maar als ik morgen bij Petrus sta en mijn leven op aarde voorbij is, dan is het ook goed.

Op mijn protestantse middelbare school werd ik gepest. Gek genoeg hield dat op toen ik vertelde dat ik priester wilde worden. Als je een onvanzelfsprekende keuze maakt, maar je maakt hem met je hart, levert dat respect op. Sindsdien ben ik nooit bang een tegendraadsemening te verkondigen. Of in discussies de kant met de minste medestanders te kiezen. Sterker, dat doe ik graag. Om voor mijn geloof uit te komen is moed vereist. Dat is niet bepaald makkelijk in deze tijd, uitleggen waarom je katholiek bent. Alleen al omde ‘pr-technische problemen’ van de rooms-katholieke kerk. Van oudsher wordt een hoge seksuele moraal gepredikt. Als je dan juist op dat vlak zelf verschrikkelijk nat gaat, is de verontwaardiging des te groter. Ik wil geen cynische bromtol zijn, maar zeker ook geen talibankatholiek. Het is te makkelijk om de kerk alleen maar af te kraken. Maar wat een talibankatholiek doet, zich voortdurend aangevallen voelen en van zich afbijten, daar houd ik me verre van. Ik wil de goede dingen laten zien die in naam van de kerk gedaan zijn, de zachte, spirituele kant. Zonder blind te zijn voor wat de kerk misdaan heeft.

Als jonge academicus word ik wel eens uitgelachen omdat ik in iets geloof dat ik niet kan bewijzen, een hersenschim najaag. Ik krijg dan de vraag: “Waarom geloof je nog? Je bent zo’n slimme jongen!” Daarnaast word je medeverantwoordelijk gehouden voor de misstappen van de kerk, van kruisridders tot seksueel misbruik. Elke katholiek krijgt hiermee te maken, en ik moedig ze aan voor hun geloof uit te blijven komen. Net als de discipelen, die na Jezus’ dood vreesden voor hun eigen leven en zich daarom verstopten. Na Pinksteren gingen zij toch de wereld in met hun boodschap. Als je altijd bang bent, kom je nergens. Niet-bang-zijn kun je ook te ver doortrekken. Aristoteles leert dat de deugd altijd in het midden ligt. De ware liefde ligt tussen een liefde die zichzelf helemaal wegcijfert en een liefde die alleen gericht is op zichzelf. En afgewogen voorzichtigheid ligt ergens tussen jezelf angstig afsluiten van de buitenwereld en onnadenkendheid.

Ik kan een flapuit zijn. Als ik mensen daardoor kwets probeer ik daar de volgende keer op te letten. Zo groei ik als mens. Toch wil ik altijd kunnen staan achter wat ik zeg. Als ik iemand een talibankatholiek noem, dan heb ik daar echt wel over nagedacht. Ik gooi daarmee niet direct de deur naar die persoon toe dicht. We kunnen daarna nog steeds een biertje drinken en het ontzettend gezellig hebben.

Ik ben niet bang uitgevallen, maar natuurlijk heb ik mijn angsten. Dat ik de liefde vanmijn leven kwijtraak, bijvoorbeeld. Soms droom ik ’s nachts dat ik aan het graf van mijn vrouw sta. Dan word ik erg onrustig wakker, kan ik je vertellen. Een andere angst is dat ik er na mijn dood achterkom dat het leven daar ophoudt. Dan heb ik mijn hele leven in dienst gesteld van een God die niet blijkt te bestaan. Dat zou ik erg jammer vinden. Hoewel, als er hierna niets meer is, merk ik daar natuurlijk niets meer van. Dan heb ik alsnog eenmooi en gevuld leven gehad, met een duidelijke missie. Misschien is dat dan nog niet eens zo slecht geweest.”

Bron: Dit interview is gepubliceerd in Trouw.

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.