|
Engelen vallen langzaam
Recensie, KatholiekNederland.nl, 24-10-10
De 'roman' van de jonge Noorse auteur Karl Ove Knausgård vergt veel van de lezers: 580 pagina's non-stop associatieve vertelkunst doorspekt met theologische doorkijkjes. Een aanrader voor de wie van doorbijten houdt.
'Engelen vallen langzaam' is een 'roman' tussen haakjes, want het is zoveel meer. Op het eerste niveau is het boek een associatieve vertelroman. Knausgård vertelt enkele kerngeschiedenissen uit Genesis alsof het familieromans zijn: Adam en Eva, Kain en Abel, Noach, enzovoorts. De auteur laat, gelukkig, de historische correctheid, een 'tic' van teveel bijbelkenners en -vertalers, compleet links liggen en beschrijft de eerste mensen alsof ze zijn eigen buren zijn, ergens in de ijskoude bossen van Noorwegen. Hierbij springt Knausgård lichtvoetig van verhaal naar verhaal, waarbij de ene gedachte de andere lijkt op te roepen, zonder vooraf vaststaand schema of systeem. De auteur 'hopt' van gedachte naar gedachte, en schrijft die uit. Het resultaat is echter geen chaos, maar een verhaal met een enorme zuigkracht.
De tekst zelf
Knausgård probeert hiermee de vele verhaaltechnische leemtes uit Genesis 'op te vullen'. Genesis laat immer veel aan de verbeelding over. Knausgård doet dat niet 'teksttranscendent' maar 'tekstimmanent'. Dat wil zeggen dat hij niet verwijst naar allerlei redenen buiten de tekst (ontstaangeschiedenis, context, enzovoorts), maar probeert de tekst te verklaren vanuit zichzelf. Zo interpreteert hij het 'wij' uit Genesis 2 ("laten wij de mens maken naar ons beeld en gelijkenis") niet door een pluralis majestatis of een 'bewijs' voor de Triniteit in het Oude Testament. Volgens Knausgård slaat het 'wij' eenvoudig op de enige persoon naast God en de mens uit het verhaal: de engel(en). Deze interpretatie deelt Knaus overigens met enkele Rabbijnen en de Kerkvaders.
Een geschiedenis van engelen
En hiermee is Knausgård op het tweede niveau aanbeland: een geschiedenis van de engelen zelf. Volgens de auteur zijn de engelen in de geschiedenis van het christendom langzaam maar zeker afgezakt richting aarde. Hij doelt hierbij niet op de bekende legende van de 'gevallen engelen' van Lucifer uit het apocriefe boek Henoch. Hij doelt op de bijbelse engelen. De vurige cherubijn voor de poort van Eden is verworden tot de dikke engeltjes van de barokke schilderijen. En de brandschattende bruten van de Apocalyps tot vadsige bijna-mensen. Voor deze 'geschiedenis' maakt Knausgård gebruik van het boek Over de aard van de engelen van de 16 de eeuwse Italiaanse wetenschapper Antinous Bellori, die als jongen van elf al spelend in een bos twee badende engelen ziet. De dikke studie die hij erover schrijft, wordt door de katholieke kerk onmiddellijk op de Index gezet. Bellori is een fictieve schrijver, een vervoersmiddel voor de denkkracht van de auteur. Bellori past echter naadloos in het rijtje van wel degelijk bestaande onderzoekers als Giordano Bruno, Descartes, Pascal en Newton. Je moet erg sceptisch (of deskundig) zijn om deze 'vinding' gelijk te ontmaskeren.
Denkhulp
Zoals Over de aard van de engelen een uitvinding van de auteur is om zijn verhaal over engelen te presenteren, zo is Knausgårds hele angelogie niet meer of minder een denkhulpje om over de aard van de mens zelf na te denken. Een engel lijkt zo veel op een mens, dat het zoeken naar de subtiele verschillen leidt tot een nauwkeurige beschrijving van de menselijke aard: emoties, sterfelijkheid, vrijheid. Knausgård bevindt zich in goed gezelschap. In de middeleeuwse scholastiek heeft de belangstelling voor engelen niet zozeer te maken met een interesse in de etherische wezens zelf, maar eerder vanwege hun rol in diverse gedachte-experimenten waarin metafysische, epistemologische en ethische issues worden geanalyseerd onder geïdealiseerde omstandigheden. En Hollywood gebruikt nog steeds de figuur van de engel om uiteindelijk te focussen op de mens: Meet Joe Black, Dogma, City of Angels. De 'langzame val' van Knausgårds engelen is feitelijk een zinnebeeld van de even langzame val van de mens uit het legendarische paradijs in de duisternis van een goddeloze en god-loze wereld. Het zijn immers de mensen die de engelen, en daarmee God, naar beneden hebben getrokken.
'Zware roman'
Wie Knausgårds roman tot zich wil nemen, moet zich wel voorbereiden. De auteur racet door de geschiedenis van de christelijke theologie zonder te letten op achtergrondinformatie over de behandelde theologen, filosofen en kerkvaders. Ook beschrijft hij bijbelse taferelen en scènes zonder zich zorgen te maken over bronvermelding. Waarschijnlijk daagt het lezen van Engelen vallen langzaam uit tot het herlezen van hele lappen Genesis, en in ieder geval prikkelt de zeer vaardig en intelligent geschreven roman tot verdere beschouwingen over het wezen van de mens.
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KatholiekNederland.nl.
...
|