|
Dienend leiderschap
Recensie, Katholiek Nieuwsblad, 28-05-10
“De functie van de Kerk wordt gedeeltelijk
overgenomen door het werk. Werk word
een nieuwe zingevingsbron.” Het is wat
kort door de bocht, maar het blijkt niet
onwaar. Heel wat mensen kunnen hun
talenten en hun vitaliteit pas inzetten
door gericht taken te vervullen. Wanneer
men werkeloos wordt, kan een diepe crisis
daar het gevolg van zijn. De vraag naar
spiritualiteit ligt dan voor het oprapen. Bij
spiritualiteit gaat het om een levenshouding
of een levensstijl met diepte en in
samenhang.
Het citaat en de gedachten die ik erbij
formuleer, ontleen ik aan de bundel De
ene Regel is de andere niet, die ik onlangs
te inzage kreeg. Het is niet bij
toeval dat het woord ‘regel’ in de boektitel
met een hoofdletter wordt geschreven.
Iedereen denkt daarbij begrijpelijk aan
richtlijnen voor kloosterlingen of mensen
die vanuit een religieuze inspiratie
in gemeenschap leven: broeders, zusters,
paters et cetera. Niet ten onrechte natuurlijk.
Mensen als Anselm Grün en Wil
Derkse hebben met publicaties en lezingen
in onze streken de afgelopen jaren laten
zien dat de benedictijnse inspiratie een
draagwijdte heeft die ver over de muren
van de kloosters heen reikt. Er is sprake
van een grondintuïtie, bruikbaar voor
mensen in zeer verschillende levensomstandigheden.
Met het oog op doeltreffend
werken, wordt vandaag dikwijls de vraag
gesteld: “Wat is jouw mission?” Persoonlijk
vind ik niet dat we daar Engelse woorden
voor nodig hebben, maar ik begrijp wel dat
de uitvoering van een taak ermee gediend
is wanneer alle medewerkers weten waaraan zij werken, wat er precies beoogd
wordt en in welke geest men dit met elkaar
wil ondernemen. Je mag het ook doelstelling
en arbeidsethos noemen. Wanneer
die duidelijk zijn, komt dit immers zowel
de productiviteit als de arbeidsvreugde
ten goede. Vanuit de vraag naar dienend
leiderschap, waarover zij een tamelijk concrete
en niet zweverige inleiding bieden,
laten Bosman en Klamer vijf auteurs een
leefwijze uit de christelijke spiritualiteit
presenteren. In feite gaat het om de zogenaamde
grote kloosterregels – behalve die
van de karmel – en met toevoeging van
de beweging der dominicanen – die geen
eigen Regel maar wel Constituties, leefgewoonten
kent.
In telkens ongeveer 15 bladzijden maak
je kennis met de Regel van Augustinus
door Paul van Geest, Benedictus door
Henk Witte, Franciscus door Gerard
Pieter Freeman, Ignatius door Paul de
Chauvigny de Blot s.j. en Dominicus door
Eric Borgman. De formule is origineel.
De beperktheid en de popularisering betekenen
geen kwaliteitsverlies, in tegendeel.
Een persoonlijke crisis, zo blijkt bij
Franciscus van Assisi (+1226) en Ignatius
van Loyola (+1556), kan het vertrekpunt
worden voor een nieuwe levensbron. De
franciscaanse driehoek van broederschap
en nabijheid, armoede en nederigheid, en
vrede als genade die daaruit volgt is een
uitstekende didactische invalshoek om
spiritualiteit toegankelijk te maken. Ook
de manier waarop vanuit het levensverhaal
van Ignatius wordt getoond wat het
betekent binnen te gaan in “de leerschool
van de intieme vriendschap met Jezus
met zijn kruis” (p.80) om van daaruit te
komen tot een zogenaamde paradigmawisseling,
werkt inzichtelijk. “Het volstaat
niet om te geven wat we hebben, maar
het gaat om het wegschenken van onszelf
en iemand te zijn in dienst van anderen”,
met verwijzing naar de Geestelijke
Oefeningen (no. 23).
Je maakt kennis met de levende traditie
van de Kerk en krijgt – mede door de voetnoten– zin zelf verder te gaan zoeken.
Bron: Dit recensie is gepubliceerd in Katholiek Nieuwsblad.
...
|