|
Zarathoestra is terug! De Prince of Persia en het Zoroastrianisme
Uitgebreid artikel, Theologisch Debat, 25-03-09
“Sinds het begin van de Tijden hebben licht en duisternis altijd bestaan. Maar aan deze balans zou snel een einde komen.” Een bekend verhaal, zowel in de wereld van de films als van de videogames. Maar dan: “Ahrimans zucht naar overheersing bracht hem ertoe zijn corruptie vrij te laten. (…) In een wanhopige poging leidde Ormazd zijn duistere tweeling om de tuin door hem op te sluiten op een oude plek van aanbidding waar niemand zou durven te komen. De Boom des Levens.” Aldus de trailer op de website van het spel Prince of Persia (Ubisoft, 2008). Als theoloog én als ervaren gamer was ik met stomheid geslagen. Na het hele filmpje van de game gekeken te hebben, wist ik het zeker: Prince of Persia is een 21 e eeuwse hervertelling van de oeroude mythe van het Zoroastrianisme.
De titel Prince of Persia is geen onbekende in de wereld van gaming. In 1989 publiceerde het bedrijfje Brøderbund de allereerste versie van dit spel. Het bleek een ongekend succes. Eenentwintig jaar later publiceert Ubisoft dus de laatste versie van de Perzische prins. Hoewel naamgenoot van zijn voorgangers gaat het om een nieuw karakter. De prins raakt verdwaalt in een zandstorm en raakt betrokken in een conflict tussen de Ahura-koning en zijn opstandige dochter Elika. Elika en de prins zijn getuigen van de bevrijding van de heer der duisternis, Ahriman, door de koning. Het is aan ons koppel-tegen-wil-en-dank om de gecorrumpeerde landen te genezen van Ahrimans invloeden, de Boom des Levens te herstellen en de eeuwige balans tussen Goed en Kwaad te herstellen.
De mythe van het Zoroastrianisme
Ergens tussen de eerste en de zesde eeuw voor Christus – de meningen lopen nogal uiteen – leefde er een grote profeet in het gebied dat nu Iran heet, maar tijdens het grootste gedeelte van de wereldgeschiedenis Perzië. Deze Zarathoestra – of Zoroaster zoals de oude Grieken hem noemden – bracht het monotheïsme naar het oervolk van de Westerse Wereld. Deze ‘proto-Ariërs’ aanvaarden Zarathoustra’s leer van de enige god Ahura Mazda (later Ormazd genoemd). Deze proto-Ariërs waren niet alleen de voorouders van de Perzische Zoroastrianen, maar ook van de Hindoeïstische Indiërs. De taal van de Veda’s (het Sanskriet) vertoont bijzonder veel overeenkomsten met het Oud-Perzisch van de Avesta. De ‘Avesta’, de Zoroastrische ‘bijbel’, bestaat uit enkele hymnen van de stichter zelf (de 'Gathas') en voor de rest uit latere theologische commentaren en aanvullende mythes.
Ormazd en Ahriman
Mazda en zijn tweelingbroer Angra Mainyu (later Ahriman) beheerden de tere balans tussen Goed en Kwaad. De mensheid is gevangen tussen beide machten, en elke individuele mens moet beslissen aan welke kant hij behoort. Het verhaal van de Prince of Persia is zonder twijfel op deze mythe gebaseerd: Ormazd en Ahriman worden expliciet genoemd, Elika citeert geregeld uit de Avesta – die zij ‘de legendes’ noemt - en de prins zelf heeft een soort 21 e eewse interpretatie van een zoroastrisch ritueel kleed aan (de 'Sudreh'). Bovendien spreekt ze geregeld zinnen in het Farsi, een andere oude Perzische taal. En de boom waarin Ahriman gevangen zit, staat op een soort bouwwerk dat ongetwijfeld naar de traditionele vuurtempels verwijst. De laatste aanwijzing ligt in het gebruik van het woord 'ahura' voor Elika, haar vader en hun inmiddels bijna uitgestorven ras van bewakers. 'Ahura' betekent 'heer' en staat in de Zoroastrische mythologie voor de kwaliteiten van Ormazd, bijvoorbeeld wijsheid of goedheid. Ormazd heette oorspronkelijk ook Ahura Mazda.
De geschiedenis van Perzië
Het is op zijn zachts gezegd ironisch te noemen dat het Duizend-en-Eén-Nacht-thema van de hele Prince of Persia-serie in deze game wordt gecombineerd met de Zoroastrische mythe. In de Verhalen van Duizend-en-Eén-Nacht worden de Zoroastrianen weggezet als aartsketters en consequent als “vuuraanbidders“ aangeduid. Het zijn ketters, tovenaars en kidnappers, die zich te buiten gaan aan gruwelijke vuurrituelen. Ook de ontdekkingsreiziger Marco Polo maakt melding van deze vuurtempels tijdens zijn reizen naar de Oriënt. In de zogenaamde Achaemenische Periode (600 tot 331 BC) veroverde de Perzische koningen Cyrus (559 tot 530 BC) en Darius (530 tot 521 BC) een ontzaggelijk gebied: van Indo-China tot aan Griekenland. De Grieken wisten in drie legendarische oorlogen de Perzen uit Europa te houden. Cyrus is ook een bekende uit de joodse traditie: het was deze koning die het Babylonische Rijk verpletterde en de in Babylon gevangen gehouden joodse elite terug liet keren naar Jeruzalem. En hier begint de 'joodse connectie'.
De 'joodse connectie'
Over het algemeen wordt aangenomen dat het Oude Testament tijdens of net na de Babylonische Ballingschap verzameld en geredigeerd zijn. Zo beschrijven de boeken Ezra en Nehemia in nogal onsamenhangende bewoordingen over het herstel van het Israëlitische koningrijk en de Tempel van Jeruzalem. De profeet Jesaja bezingt de Perzische koning Cyrus in messiaanse bewoordingen (Jes. 40) die als twee druppels water lijken op één van Zarathoestra's eigen (Yasna 44). Het vuur van hymnen. Mozes' brandende braambos en de vuurkolom die voor het Israëlische leger uittrok op hun weg uit Egypte (beiden Exodus), kunnen hun literaire voorouders hebben in de aanbidding van het Zoroastrische vuur. De Boom des Levens waaruit Ahriman ontsnapt in de Prince of Persia kennen we uit het Eden-verhaal (Genesis). Hoewel de Avesta deze levensboom niet echt prominent opvoert, kent een onderdeel ervan, de Vendidad (= "de wet tegen de demonen"), wel een 'Boom van alle Zaden'. Het is deze boom die voor de levenskracht van de gehele natuur zorgt. In Prince of Persia moeten Elika en de prins zo'n zestien 'vruchtbare gronden' genezen om zo de gevangenisboom van Ahriman te herstellen.
'Pelikaan'
De naam 'Elika' is geen Perzische, maar een joodse naam. In het Tweede Boek Samuël worden de helden van David en hun daden opgesomd. Een van deze helden is Elika (een man!). Zijn/haar naam betekent in het Hebreeuws 'Gods pelikaan'. Via een paar taalkundige omwegen wordt de pelikaan in de joodse folklore geassocieerd met een nachtvogel of -engel. De prins is sterk en lening, maar als je Elika rond ziet lopen en springen, is het eerder een gloeiende schim of vogel dan een normaal mens.
De 'christelijke connectie'
Het joodse geloof kende (en kent) eigenlijk geen dualisme, geen epische en kosmische strijd tussen twee tegenstrijdige principes, noch het idee van een hiernamaals. Maar de latere geschriften van het Oude Testament (die dus ná de Babylonische Ballingschap) zijn geschreven, beginnen gevoelig te worden voor thema's als hemel, hel en duivel. Denk aan boeken als Jesaja, Daniël en Zacharia. De zogenaamde 'intertestamentaire literatuur' (tussen Oude en Nieuwe Testament in) kent een keur aan boeken over duivels en engelen die een kosmische strijd met elkaar aangaan. Het bekendste verhaal is dat van Satan en de gevallen engelen. Het verhaal is integraal onderdeel van de christelijke traditie, maar wordt verhaald in het apocriefe boek Henoch. Pas in het boek Openbaringen komen we een satansfiguur tegen die door Gods engel wordt getekend. De drie Wijzen uit het Oosten uit het overbekende geboorteverhaal naar Mattheus heten in het Grieks 'magoi', waar ons moderne woord 'magiërs' vandaan komt. Oorspronkelijk werden daarmee de Zoroastrische priesters uit Perzië aangeduid. Waarom Mattheus Perzische bezoek bij het kind Jezus liet komen, is niet geheel duidelijk.
Moreel dualisme
Behalve dit soort min of meer 'oppervlakkige' raakvlakken met het historische Zorastrianisme, etaleert de Prince of Persia een veel dieper kenmerk van deze religie. De aarde als strijdtoneel van kosmische krachten is niet exclusief voor het Zoroastrianisme. We kennen het ook in de ideeën van de profeet Mani (Manicheïsme), de heterodoxe stroming van de katharen en in vele oude en nieuwe gnostische geschriften. De uiteindelijke scheiding ligt bij Zarathoestra echter in het menselijk handelen. Ahriman en Ormazd creëren de keuzes die er te maken zijn, maar elke individuele mens moet die keuze maken. Het is het menselijk handelen dat bepaalt of het goede of het kwade wint. Er is geen voorgegeven ordening, de uitslag van het gevecht is onzeker. De mensen worden wel uitgedaagd door allerlei goede en slechte geesten, maar hebben uiteindelijk een vrije wil.
'Gecorrupteerden'
Dit gegeven wordt in het spel bijzonder mooi en consequent uitgewerkt. Alle personen - goede en slechte - moeten keuzes maken. "En zij met een zwakkere ziel en donkerdere harten warden gemakkelijk gepaaid door het gefluister van beloften," aldus de trailer. Ahrimans beulen, de 'gecorrupteerden', zijn uit vrije wil de handlangers van het kwade geworden, elk om hun eigen redenen. De 'Hunter' en de 'Alchemist' kozen voor Ahriman om hun honger te kunnen stillen, de één naar uitdagingen en de ander naar wijsheid en onsterfelijkheid. De 'Concubine' koos voor het kwade vanwege een afgewezen liefde en de 'Warrior' om zijn volk van de ondergang te redden. Er zit een soort morele oplopende lijn in deze redenen: van egoïstisch naar altruïstisch. De 'vijanden' in de Prince of Persia zijn niet ééndimensionaal, zoals in de meeste spellen. Het zijn geen demonen, maar gecorrumpeerde mensen. Zo laat Elkia's vader Ahriman vrij uit zijn boom omdat hij het niet aan kon na zijn vrouw ook zijn dochter te moeten verliezen. Hij ruilde zijn ziel voor het leven van Elika. Elika zelf maakt ook een keuze, om haar eigen leven op te offeren om Ahriman te stoppen. De door haar verzamelde levensenergie gaat over in de Boom des Levens die hem gevangen houdt. En als laatste moet ook de naamloze prins een moeilijke keuze maken. Geconfronteerd met Elika's zelfgekozen einde, moet hij kiezen tussen de liefde van zijn leven en de gevangenis van de God van het Kwade. Hij kiest voor het eerste, maar zijn motivatie blijft ongewis. Vind hij dat Elika deze dood niet verdiend heeft of kan hij niet meer leven zonder haar? Het spel geeft zelf een laatste aanwijzing. Als Elika's vader zijn dochter van de dood vrijkoopt, verandert hij in een gecorrupteerde handlanger van Ahriman. Als de prins hetzelfde lijkt te doen aan het einde van het spel, is er geen verandering zichtbaar. De prins kiest voor de ander, de oude koning vooral voor zichzelf.
Mani
Tijdens de Sasanidische Periode (226 tot 633 AD) herstelden de Perzen de glorie van hun oude rijk. Onder Shapur I (240 tot 271) controleerde het rijk alle handelsroutes tussen Oosten en West. In deze kosmopolitische situatie kreeg een andere profeet vaste voet aan het Perzische hof. Mani (210 tot 276 AD) was de vleesgeworden relatie tussen jodendom, christendom en Zoroastrianisme. Opgegroeid in een joodse 'sekte', combineerde hij ascetische discipline met het dualisme van Zarathoestra, en bracht deze in een systeem met Boeddha en Jezus van Nazareth. In zijn hoofd was de wereld niet alleen langs menselijke lijnen in Goed en Kwaad opgesplitst, maar was de gehele kosmos doordrongen van duisternis én licht. Het was de taak van de mensheid om de in de duisternis opgesloten lichtdeeltjes te bevrijden. Dit kan bijvoorbeeld door het eten van (plantaardig!) voedsel, waardoor de in de plant opgesloten lichtpartikels vrij kunnen komen. In de Prince of Persia moet de prins 'seeds of light', 'lichtzaden', verzamelen om zo Elika's krachten te vermeerderen. Pas als ze alle licht verzamelt hebben, kunnen ze de confrontatie met de heer van de duisternis aan. Mani's carrière aan het Perzische hof was trouwens van korte duur. Toen de 'barbarenkoning' Odenathus de Perzen in 266 verpletterend versloeg, was er geen ruimte mee voor Mani's universele godsdienst. Het christelijke Europa zou echter een blijvende belangstelling voor zijn leer behouden.
Vertrouwen
De mooiste scène uit Prince of Persia vindt plaats in het oude paleis van Elika en haar vader. Eén van Ahrimans 'corrupte' handlangers houdt er nu residentie. De Concubine roept tientallen illusies in de vorm van Elika op terwijl ze de echte prinses verborgen houdt. De prins moet kiezen, maar slaagt er niet in de goede Elika te vinden. Hij slaagt pas als hij vanaf het dakterras zichzelf in de diepte gooit, een zekere dood tegemoet. Dan verschijnt Elika uit het niets en redt hem zoals ze dat zo vaak tijdens het spel doet. Ubisoft heeft Prince of Persia zo vormgegeven dat de prins niet kan sterven. Telkens als een vijand hem overwint of als hij in een afgrond valt, redt de ahura-prinses hem van een gewisse dood. Op geraffineerde wijze hebben de programmeurs deze functionaliteit in de narratief van het spel verweven.
Verborgen god
Elika's god is postmodern, in de zin dat het een strikt verborgen God is. Ahriman en zijn medestanders zijn zichtbaar en tastbaar aanwezig. Ormazd is echter in geen velden of wegen te bekennen. Hij spreekt niet tot Elika of de prins, noch wordt zijn aanwezigheid gezien. De prins is dan ook vaak sceptisch: waar Elika de zoveelste redding ziet als een genade van Ormazd, ziet de prins er liever het lot in. De enige wijze waarop Ahura Mazda wel aanwezig is, is door de figuur van Elika (haar naam, haar profetieën, haar vertrouwen) en zogenaamde 'platen' die door de Goede God zijn achtergelaten en waarmee ons koppel op anders onbereikbare plaatsen kan komen. Ormazd lijkt zichzelf verborgen te houden en de verantwoordelijkheid voor de wereld aan zijn mensen over te laten. Hoe verder God zich uit de wereld (lijkt) terug te trekken, hoe groter de rol van zij die in hem blijven geloven.
Besluit
De Prince of Persia gaat in eerste instantie over een eeuwenoude, bijna verloren gegane religie, maar eindigt als een meditatie over schuld, keuze en verantwoordelijkheid. Het spel eindigt met de cryptische woorden: "Wat betekent nu een zandkorrel in een orkaan?" Het antwoord is dat elke korrel kan kiezen om wel of niet door de storm meegesleurd te worden.
Bron: Dit artikel is in licht aangepaste en verkorte vorm gepbliceerd in Theologisch Debat 1 (2009), p. 29-32.
...
|