|
The Village
Recensie, KFA Filmbeschouwing, 10-01-09
“Voor liefde knielt de wereld,” aldus The Village, maar deze liefde eist wel alles: het doorbreken van taboes, het gevecht tegen de eigen blinde angsten en de dood van een verlosser-tegen-wil-en-dank. The Village is meer een sprookje dan een horrorverhaal, maar dan in zin van voordat de gebroeders Grimm de volksverhalen van al hun tegendraadsheid ontdeden. Regisseur M. Night Shyamalan (o.a. The Sixth Sense en Signs) schetst een ontluisterend beeld van een kleine samenleving die aan haar eigen idealen ten onder dreigt te gaan. De kracht van de film zit niet in de verbeelding van de monsters, maar in de schitterende fotografie en de krachtige suggesties van wat er eigenlijk niet is.
Het dorpje uit de titel van de film is een groenere (en later ook macabere) variant van Het Kleine Huis op de Prairie, maar dan zonder missionerende en evangeliserende driften. De gemeenschap staat onder leiding van de ‘Ouderlingen’, die het dorp en zijn inwoners beschermen tegen monsters uit het omringende bos. Voor de rest lijkt alles doodgewoon: mensen worden geboren, groeien op, huwen, krijgen kinderen en gaan dood. Toch ligt er van het begin af aan een onheilspellende en beklemmende sfeer over deze idyllische gemeenschap. Dat ligt niet zozeer aan de externe dreiging van ‘Hen Over Wie Wij Niet Spreken’, zoals de monsters uit het bos genoemd worden, maar eerder aan het feit dat iedereen iets verborgen houdt, zorgvuldig verborgen om de idylle niet te breken. Als aan het begin van de film een jong kind sterft en iedereen aan de begrafenisdis ziet, voel je als kijker dat de gemeenschap als collectief iets achterhoudt, iets dat deze tragedie had kunnen voorkomen.
Taboe
Slechts drie mensen zijn in staat zich te onttrekken aan deze façade: Ivy Walker (Bryce Dallas Howard), de blinde, jongste dochter van het ‘dorpshoofd’; Noah Percy (een schitterende rol van Adrien Brody), een geestesgestoorde man met goede maar ook met destructieve kwaliteiten; en Lucius Hunt (Joaquin Phoenix) de zwijgzame, dappere geliefde van Ivy. Alle drie spelen ze een rol in zowel het doorbreken van het taboe als in het verstel ervan. De Ouderlingen hebben de gemeenschap ervan doordrongen dat elke poging het isolement van het dorp te doorbreken, eindigt in een gewisse dood. De kleur rood is verboden, want dat trekt de monsters aan. Het bos is verboden, want daar wonen de onuitspreekbaren. (Vergelijk de angstige aanduiding van Heer Voldemort uit de Harry Potter-reeks, ‘Hij Die Niet Genoemd Mag Worden’.) De ‘steden’ waar de Ouderlingen over spreken, zijn verboden terrein om onduidelijke redenen. Het gist en borrelt in het dorp.
Escalatie
Lucius vertelt de Ouderlingen dat hij het verboden bos wil doorkruisen om in de stad medicijnen te gaan halen. Zijn taboedoorbrekend gedrag wordt zowel bewonderd als bevreesd. De monsters van hun kant laten steeds duidelijker blijken dat ze zich bedreigt voelen door de plannen van Lucius. Angstaanjagend gehuil, gevilde dieren en een verblijf in de schuilkelders van het dorp zijn het resultaat. Lucius’ plannen lijken dood te lopen. Dan bekent Ivy hem haar liefde en enkele gestolen momenten van intimiteit volgen. De idylle lijkt weer hersteld, maar dat is slechts schijn. De geestelijk gehandicapte Noah kan het niet verkroppen dat zijn ‘geliefde’ Ivy voor een andere man heeft gekozen, en verwondt hem dodelijk met een mes. Als hij zijn misdaad ‘opbiecht’ laat hij zijn met bloed gevlekte handen zien en zegt “de verboden kleur”. Zijn bijna-moord doorbreekt het tweede taboe van de gemeenschap, naast het verboden bos: het nemen van het leven van een ander.
Onschuld
Met zijn ondoordachte actie zet Noah een soort verlossingssequentie in werking. Nu Lucius dodelijk verwondt is, besluit Ivy om zelf door het bos te trekken om medicijnen te gaan halen. Ze vraagt haar vaders toestemming. Deze neemt haar mee naar de ‘verboden schuur’ en laat het grote geheim van de gemeenschap zien, de ware aard van de ‘monsters’. Dan stuurt hij haar op pad. De andere Ouderlingen roepen Walker ter verantwoording. Hij verdedigt zich door in herinnering te roepen de reden dat zij ooit hadden besloten om met het dorp te beginnen: elk van de Ouderlingen had in de ‘wereld daarbuiten’ een dierbare door moord verloren. Nu ook in het dorp dat bedoeld was om de ‘onschuld’ van het Paradijs te herstellen en te bewaren, moord heeft plaatsgevonden, dient – paradoxaal genoeg juist ter bevestiging ervan – het taboe op contact met de buitenwereld gebroken te worden. De Franse filosoof Georges Bataille onderscheidde al reeds dat de kracht van een taboe juist ligt in de – gecontroleerde – doorbreking ervan (bijvoorbeeld in een ritueel). Walker sluit zijn verdediging af door te zeggen dat Ivy dit alles doet uit liefde voor Lucius: “De wereld knielt voor liefde”. En even was ik geneigd hem te geloven.
Verlosser
In het verboden bos verliest Ivy haar twee ziende begeleiders, die de jarenlang gekweekte angst niet kunnen afschudden. Dan heeft zij een ontmoeting met een monster. Na al haar diepste angsten te hebben ervaren en overwonnen – gesymboliseerd door de dood van het monster – weet zij de weg naar ‘buiten’ te vinden. Omdat zij blind is – en de kijker niet – ontdekt zij niet de ware situatie van het dorp waarin zij geboren is, maar de kijker wel. Ik vond het onthutsend mooi in elkaar gezet, maar zal het plot niet verraden. Het monster dat Ivy verslagen heeft, blijkt echter de ontsnapte Noah te zijn. De Ouderlingen houden ook dit geheim voor zich. Noah is hiermee onbedoeld een soort verlosser geworden. Hij was de enige die niet van angst sidderde als de monsters van zich lieten horen: hij lachte en klapte juist luid. Het was zijn moordpoging die verlossing in gang zette. Het was zijn werk dat Ivy op pad ging. En het is in zijn – wellicht zelfs ‘gekozen’ te noemen – dood dat Ivy haar angsten weet te overwinnen en haar doel te bereiken.
Geen clichés
De regisseur slaagt er dan ook in om buiten de clichés te blijven, hoewel de film juist deze kritiek te verduren kreeg. De Ouderlingen zijn niet de slechteriken van de film, omdat hun streven naar een vredige en veilige samenleving in onze tijd een navoelbare en begrijpelijke gedachte is. De ghetto’s – blank of zwart – in grote steden en daarbuiten duiden op een vergelijkbaar gevoel van ‘segregatie’ als in The Village. Maar ook de mensen ‘buiten’ blijken niet de monsters waar de Ouderlingen zo voor waarschuwden: het enige exemplaar dat Ivy ooit van deze ‘buitenstaanders’ aantreft, helpt haar aan medicijnen om Lucius te genezen, zonder dat hij zelf eigenlijk snapt wie zij is of waarom hij haar helpt. Ook het einde weet het cliché te omzeilen. Als Ivy terugkeert in het dorp zijn haar enige woorden “Ik ben terug, Lucius”. Hiermee is de oude balans en het oude taboe weer hersteld. Bataille krijgt gelijk: in de overtreding wordt het verbod bekrachtigd.
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KFA-Filmbeschouwing.nl.
...
|