|
’t Zijn net mensen: Engelen en robots in de film
Samenvatting artikel, CVFilm.nl, 03-12-08
De boodschap die de cineasten de wereld inzenden met hun films over engelen en robots is dat de kern van het mens-zijn wordt gevormd door eindigheid, gebrokenheid, tijdelijkheid, angst, pijn én vreugde en liefde. Zij definiëren het mens-zijn door het af te zetten tegen het bijna-mens-zijn van engelen en robots. Beide lijken héél erg veel op mensen, maar net niet helemaal. De stap van de middeleeuwse gedachte-experimenten met engelen naar de laat-moderne visualisatie van robots is een kleine stap. Engelen en robots, ’t zijn net mensen.
Engelen zijn gewilde figuren in de moderne cinema. Denk bijvoorbeeld aan de min of meer bekende films als What Dreams May Come (1998), Michael (1996) Meet Joe Black (1989, remake van Death takes a holiday, 1934), City of Angels (1989), en de klassieker Wings of Desire (1988). Engelen zijn fotogeniek, mysterieus, esoterisch, etherisch en spreken tot het postmoderne bewustzijn van zinzoekers en soloreligieuzen. Robots lijken het tegenovergestelde van engelen, maar ook zij mogen zich in een grote cinematografische belangstelling verheugen. Denk aan R2D2 en C3PO uit de Star Wars-sage (1977-2005), The Terminator-trilogie (1984, 1991, 2003), The Matrix-trilogie (1999, 2003, 2003), HAL9000 uit 2001, A Space Odyssey (1968) en Data uit de Star Trek-serie The Next Generation (2004-2005). Robots zien er vaak juist niet aantrekkelijk uit, zijn alles behalve esoterisch noch etherisch, maar zijn vanwege hun expliciet technologische component evenals engelen erg in trek bij het postmoderne bioscoopbezoek. Zowel de engel Bartleby en de robot Andrew – met al hun verschillen – delen het verlangen om waarlijk mens worden. Hetzelfde geldt voor Loki, Joe Black en Data. De houten pop Pinocchio, wiens oudere verhaal in 1940 door Walt Disney voor generaties werd vereeuwigd, vatte het al eens kernachtig samen: “Vader, ik wil een echte jongen worden”. Wat is hier aan de hand? Delen robots en engelen ‘iets’ dat de moderne cinema en haar bezoekers onweerstaanbaar vinden?
Angelologie
De zoektocht naar de cinematografische verbinding tussen robots en engelen begint in de Middeleeuwen. De theologische bestudering van engelen, de zogenaamde ‘angelologie’ is in de periode na de Verlichting nogal in onbruik geraakt. Het onderwerp paste niet meer in een wetenschappelijk wereldbeeld en het onderwerp werd ‘geclaimd’ door esoterische genootschappen en new age-achtige groeperingen. ‘Engelexpert’ Henry Mayr-Harting zei: “Engelen worden in vergelijking erg weinig bestudeerd deze dagen, behalve door mensen die in het paranormale geïnteresseerd zijn. En dat ben ik niet.” In de middeleeuwse scholastiek echter konden engelen zich in warme belangstelling verheugen. Volgens de filosofen Iribarren en Lenz zou die middeleeuwse belangstelling voor engelen niet zozeer te maken hebben met een interesse in de etherische wezens zelf, maar eerder vanwege hun rol in diverse gedachte-experimenten waarin metafysische, epistemologische en ethische issues worden geanalyseerd onder geïdealiseerde omstandigheden. “In de middeleeuwse context was een antropologisch onderzoek niet mogelijk zonder de mens te onderscheiden van enerzijds het brute beest en anderzijds van een engel.”
Kort gezegd komt het erop neer dat de engelen gebruikt werden als katalysator van het denken over de mens zelf. Hoewel engelen ver boven de sterfelijk mens verheven zijn, staan ze altijd nog dichter bij hem dan bij God. Dit alleen al vanwege het gegeven dat engelen, net als de mensen, schepselen van God zijn. De engelen staan echter niet bloot aan de ‘vervuilingen’ van de zondeval, en kunnen dus op een conceptueel niveau gedacht worden zoals een ideële, paradijselijke mens geweest zou zijn. De ‘gevallen mens’ is niet (meer) perfect, de engelen wel. Om over de essentie van de menselijke taal, vrijheid, lichamelijkheid, moraal of positie in Gods scheppingsorde na te denken, bedienden de Middeleeuwse theologen zich van engelen. Engelen lijken heel veel op mensen, maar net niet helemaal. In dat minieme verschil openbaart zich de essentie van het mens-zijn.
Dogma
Ook in de engelenfilms van Hollywood speelt ditzelfde concept mee, maar dan uitgedrukt in beelden en woorden. In Dogma zijn het de twee gevallen engelen die langzamerhand ontdekken dat het echte verschil tussen hen en de mensheid niet hun onsterflijkheid of alwetendheid is, maar de radicale vrijheid van de menselijke wil. In Bartleby’s woorden kan een mens ervoor kiezen de pijn, die het afgescheiden zijn van God veroorzaakt, te negeren. Engelen kunnen dat niet. Vanwege die vrije wil kunnen mensen ook vergeving aan God vragen én verkrijgen. Aan het einde van de film blijft God (Alana Morisette) geen andere keuze dan de twee opstandelingen te doden, niet omdat zij (God is een vrouw!) daar genoegen in zou scheppen, maar omdat voor eeuwige wezens geen omkering mogelijk is.
Joe Black
Een vergelijkbaar motief speelt in de film Meet Joe Black waarin de Doodsengel een paar dagen vrij af neemt. Als Joe Black (Leonardo di Caprio) wil de dood meemaken wat het is om ‘echt’ te leven. De mooie Susan valt als een blok voor Joe, terwijl ze geen idee heeft dat de Doodsengel eigenlijk haar vader Bill was komen halen. Joe en Susan worden ‘dodelijk’ verliefd op elkaar. Beiden moeten – op hun eigen manier – leren wat het is waarlijk lief te hebben. In de breed uitgesponnen dialogen tussen Bill en Joe en tussen Joe en Susan wordt de kern van het leven verkent: Bill zegt op een goed moment: “Liefde is een passie, een obsessie, iemand zonder wie je niet kan leven.” De Dood heeft geen enkele ervaring met wat het is mens te zijn. Eerst is hij grenzeloos blij met koffiekoekjes en pindakaas. Later leert hij dat liefde hetgeen is dat een mens maakt. Hij leert vasthouden, strelen, zoenen en vrijen. Het is door Susans letterlijk ‘redenloze’ liefde – ze weet immers niets van Joe’s ware identiteit - dat hij zich leert overgeven aan de liefde. “Ik wil dat je zingt in vervoering en danst als een mysticus.”
City of Angels
In 1998 regisseerde Brad Silberling zijn interpretatie van ‘Himmel über Berlin’ (1987). Seth (Nicolas Cage) is een doodsengel, die met gelaten plichtsbesef de gestorvenen komt ophalen. Als Seth de ziekenhuisdokter Maggie (Meg Ryan) vergeefs ziet worstelen voor het leven van haar patiënt, raakt Seth geboeid door Maggie. Hij wil zijn onsterfelijkheid opgeven om zelf een mens te worden. Zijn menswording begint als hij door Maggie in zijn hart geraakt wordt en vindt een hoogtepunt in zijn letterlijke val. Net als in de bekende legende van de 'Val van de Engelen' uit de joodse en christelijke traditie komt Seth min of meer in opstand tegen zijn levenslot: een engel te zijn. Daarna viert Seth zijn leven door te vrijen met Maggie. Hij valt ten prooi aan al het moois en al het lelijks dat een mensenleven bezit: lijden, pijn, verdriet, wanhoop en tenslotte weer hoop. Waar in de traditionele legende God woedend is op de opstandige engelen en hen op de aarde gooit, kiest deze engel zelf voor de aarde en lijkt God het wel best te vinden. Zijn 'val' leidt niet immers tot zijn ondergang, maar tot zijn verlossing. God is de opvallende afwezige in de film, maar laat soms indirect iets van zichzelf zien. Niet voor niets heet de ex-engel die Seth de weg wijst 'Messinger', 'messenger', 'boodschapper' (van God).
Silberling definieert in zijn film het fundament van mens-zijn. Hij visualiseert de zoektocht naar deze diep-menselijk essentie door met het tegenovergestelde te beginnen, een niet-mens, een engel. Vervolgens laat de regisseur Seth alle facetten van het mens-zijn doorlopen: overgave en verzet, liefde en verdriet, pijn en plezier, enzovoorts. Uiteindelijk laat Silberling 'zijn mens' balanceren op twee elkaar aanvullende begrippen: sterfelijkheid en hoop. Een mens is pas menselijk als hij het risico loopt te sterven. Seth neemt het risico en voelt al snel de pijn die het risico van menselijkheid met zich meeneemt. Tegelijkertijd is de mens echter in staat tot hoop, tegen beter weten in, tegen alle wanhoop in. De doodsengelen, zoals Seth ook was, kunnen onaangedaan het leven en sterven van anderen volgen. Seth niet en wordt – daardoor - mens.
Robots
Als we de rol van robots in de moderne cinema analyseren, zijn er grofweg twee categorieën te onderscheiden. De eerste en tevens meest voorkomende rol van robots in films is die van hersenloze gevechtsmachine. Geen ziel, geen reflectie, geen ontwikkeling, en dat wil de betreffende regisseur ook niet. De tweede categorie komt minder vaak voor, maar is voor onze vergelijking veel interessanter. Deze tweede soort filmrobots schurken tegen het mensdom aan, met alle problemen van dien.
Bicentennial Man
Andrew Martin (Bicentennial Man) zoekt naar menselijke creativiteit, naar werkelijke vrijheid, maar vooral naar een eigen ‘ik’. Het is niet voor niets dat Andrew lange tijd over zichzelf spreekt als ‘men’, een onpersoonlijk, collectief voornaamwoord. Andrew heeft geen ik, geen eigen identiteit, maar moet die gaande weg opbouwen. Hij probeert, als een soort postmoderne engel, erkenning van zijn nieuwe identiteit af te dwingen. Hij vraagt het Wereldcongres om erkenning van zijn menselijkheid. Het Congres weigert, totdat Andrew zich zover weet te versleutelen dat hij sterfelijk wordt. Het Congres willigt zijn verzoek op zijn sterfbed in. Om volledig menselijk te worden, moet de robot de ultieme consequentie van het mens-zijn aanvaarden en doorleven: de dood. Net als Seth in City of Angels wordt in de dood pas de volle waarde van het (beperkte, menselijke) leven duidelijk. Engelen of robots, sterven moeten ze, om mens te worden. Wonend in het paradijs, waar de mens uit verbannen is, kiezen de engelen ervoor om de mens te volgen de hemel uit naar de aarde beneden.
Star Trek
‘Luitenant Commander’ Data (Brent Spiner) uit de serie Star Trek – the Next Generation is een androïde, een robot die eruit ziet als een mens van vlees en bloed. Hoewel Data van nature geen emoties kent, is hij wel nieuwsgieriger dan men van een standaard robot zou verwachten. Al snel in het seizoen krijgt hij echter een ‘emo-chip’ ingebouwd waarmee hij gevoelens kan herkennen en aanleren. Gedurende rest van het seizoen is Data doende de complexe emotionaliteit van de mensheid onder de knie te krijgen. Vooral met humor heeft hij de grootst mogelijke problemen. Producent Gene Roddenberry vertelde in een interview dat Data “meer en meer mens zou moeten worden, tot het moment dat hij er heel dicht bij komt, maar nooit helemaal. Hij is (…) een tragische clown.”
In de film Star Trek Nemesis (2002) offert Data zijn eigen leven op om de bemanning van zijn ruimteschip te redden. Paradoxaal genoeg bereikt Data in zijn dood de ultieme menswording, zoals Seth en Jean-Bapiste voor hem ook al begrepen. Ook de Terminator (Arnold Schwarzenegger) uit de gelijknamige film (1984) bereikt de voor hem hoogste vorm van mens-zijn als hij zichzelf opoffert voor een ander.
In de eerste bioscoopfilm van Star Trek (1979) zijn kapitein James T. Krik (William Shatner), scheepsarts Leonard McCoy (DeForest Kelley) en 1 e officier Spock (Leonard Nimoy) van het ruimteschip Enterprise getuigen van de samensmelting van een robot en een mens. Kirk: “Hebben we nu net het begin van een nieuwe levensvorm gezien?” Spock: “Ja kapitein. We hebben een geboorte gezien. Mogelijk een nieuwe stap in onze evolutie.” Kirk: “Ik denk dat we het de mogelijkheid gaven om zijn eigen gevoel voor zingeving te scheppen… uit onze eigen menselijke zwakheid… en de innerlijk drijfveer die ons dwingt deze zwakheid te overwinnen.” De gehele Star Trek–serie staat overigens bekend om zijn ethische en filosofische componenten.
Bij wijze van conclusie
De overeenkomst is treffend. Engelen en robots delen hun superioriteit ten opzichte van de mens: ze zijn sterker, slimmer, wijzer, eeuwiger. De engelen Loki, Bartleby en Joe Black hebben machten die geen mens zich kan voorstellen, terwijl Data en de Terminator bovenmenselijke, mechanische krachten hebben. Maar beide groepen niet-menselijke wezens, engelen en robots, bemerken dat er iets fundamenteels schort aan hun identiteit en essentie. Vol onbegrip en jaloezie aanschouwen zij in de mensen de vrije wil die zij moeten ontberen. En uiteindelijk zullen ze hun leven geven om ook mens te kunnen worden.
De boodschap die de cineasten de wereld inzenden met hun films over engelen en robots is dat de kern van het mens-zijn wordt gevormd door eindigheid, gebrokenheid, tijdelijkheid, angst, pijn én vreugde en liefde. Zij definiëren het mens-zijn door het af te zetten tegen het bijna-mens-zijn van engelen en robots. Beide lijken héél erg veel op mensen, maar net niet helemaal. De stap van de middeleeuwse gedachte-experimenten met engelen naar de laat-moderne visualisatie van robots is een kleine stap. Engelen en robots, ’t zijn net mensen.
Dit artikel werd met toestemming overgenomen uit Interpretatie (tijdschrift voor bijbelse theologie) 2008-8, een themanummer over fantasy en religie. Voor het bestellen van exemplaren zie www.interpretatie.nl of www.boekencentrum.nl.
Bron: Deze samenvatting is gemaakt door Bart Cusveller en gepubliceerd op CVfilm.nl.
...
|