|
‘Denken en spreken over God is onze core business’
Artikel, rkkerk.nl, 23-06-07
“Religie is in, heet het. Maar de vraag naar God wordt steeds minder gesteld. Soms lijkt het of op deze vraag zelfs een taboe rust. Er wordt op gewezen dat wij christenen soms opvallend stil zijn over God. De grote vraag is: waarom?” Met deze woorden opent decaan Adelbert Denaux het symposium ‘God ter Sprake’ dat de Faculteit Katholieke Theologie op 13 juni organiseerde. Met dit symposium presenteert de kersverse faculteit van de Universiteit van Tilburg (opgericht in januari 2007) zich zelfverzekerd aan de buitenwereld.
Kardinaal Godfried Daneels, de hoofdspreker van de dag, lijkt Denaux’ woorden te onderschrijven: religie is ‘in’, maar God is spoorloos. “Politici zijn er gek op om de positieve sociale rol van ‘de religies’ te onderstrepen. Religies in de laat-moderne samenleving worden dan gebruikt als ‘maatschappelijk cement’, opvang voor de zwakken en als een beschaafde barrière tegen de opdringende islam.” Toch ziet de aartsbisschop van Mechelen-Brussel ook ‘tegenbewegingen’: “Er is een blijvende, groeiende belangstelling voor spiritualiteit.” Maar “deze is ‘onschadelijk’ gemaakt omdat ‘God’, dat ‘iets’ genoemd wordt, op veilige afstand wordt gehouden. God is geruststellend, niet controversieel en roept nergens toe op.”
Cyberspace
Een andere plek waar ‘religie’ – verrassend genoeg – te vinden is, is de virtuele wereld van cyberspace. Filosoof René Munnik wijst op de laat-moderne fascinatie voor de lichamelijke sterfelijkheid, of liever: “het verlangen naar bevrijding ervan. Het hiernamaals van de Middeleeuwse theologen bestaat uit de zalige aanschouwing Gods, waarbij zaken als onstoffelijkheid, snelheid en pijnloosheid beschouwd worden als ‘extraatjes’ voor de nieuwe zaligen. In de wereld van cyberspace wordt alleen gestreefd naar deze extraatjes: op internet kan iedereen in principe met alle anderen communiceren, afstanden spelen geen rol meer en sterven in cyberspace is onmogelijk.” Deze ‘verlossingsmachine’ genereert “belevenissen” en heeft in principe niets met God van doen. “Het is een nihilistische ‘hemel’ zonder God, zonder weerbarstigheid, zonder ernst en zonder een noodzaak om over God te spreken.”
Goddelijke weerbarstigheid
Diezelfde ‘goddelijke weerbarstigheid’ wordt ook door systematisch theoloog Herwik Rikhof benoemt: “Spreken over God is moeizaam: het ligt niet kant-en-klaar. Niemand – theoloog of niet – kan ‘zomaar’ over God spreken. God is altijd anders dan we zeggen of denken kunnen. Al ons spreken over God bestaat uit metaforen: ‘de Heer is mijn rots’ en ‘de Heer is mijn heiland’. Er is immers niemand die God nu gaat lokaliseren in de Alpen of de Drentse hei.” Maar er is ook een andere kant: “Dat is het geheim van God, dat is het ongehoorde, het onverwachte: dat God mens is geworden, één van ons geworden is, en dat bovendien iedereen de Geest kan ontvangen en zo in de voetsporen van de Zoon, kind van God kan worden. Het geheim van God is daarmee het geheim van elke gelovige, elke gedoopte.”
Geheimzinnige schriften
Voor vele gelovigen is de bijbel een belangrijk onderdeel van dit ‘Geheim Gods’. Het wordt beschouwd als een boek van en over God. Toch is de wetenschappelijke discussie over de bijbel te vaak verzand in een welles-nietes-spel over de historiciteit van de verhalen. “De historische-kritische methode heeft vele mooie dingen voortgebracht, maar heeft de bijbel ook uit elkaar getrokken.” Exegeet Panc Beentjes is aan het woord: “Heeft God de wereld echt in zes dagen geschapen? Is Abraham echt naar Ur vertrokken? Ik zou willen antwoorden met een paradox: iets hoeft niet gebeurd te zijn om toch waar te zijn.” Beentjes illustreert aan de hand van de parallellen tussen Mozes’ vlucht uit Egypte (Exodus) en de vlucht van de H. Familie naar Egypte (Mattheus) dat verhalen pas betekenis krijgen als je ze “van achteren naar voren leest. Pas wanneer de leerlingen van Jezus zijn opwekking uit de dood als een nauwelijks te bevatten, diep ingrijpende ervaring beleven, gaan zij Jezus’ leven teruglezen en krijgen zijn woorden een extra dimensie.”
Durven
Besef van ‘Gods Geheim’ is één, maar er woorden voor vinden is een andere zaak. Praktisch theoloog Jozef Wissink verwijst naar het boek ‘Paradoxaal leiderschap’ van Rein Nauta als hij zegt: “Rein Nauta merkte al op dat pastores weinig theologisch bezig zijn en weinig raad weten met hun theologie in het pastoraal terzijde staan van mensen. Er wordt liever een beroep gedaan op therapeutische kennis en psychologische inzichten. Als oorzaken noemt Nauta gebrek aan moed en een gebrekkig zicht op de mogelijkheid om God voor de mensen op verstaanbare en begrijpelijke wijze ter sprake te brengen.” Wissink vindt dat absoluut noodzakelijk. “Mijn stelling is dat er in een leven iets gemist wordt wanneer God er zich in roert en zich bemerkbaar maakt en wanneer dat dan niet opgemerkt wordt.”
Core Business
Denaux bevestigt de noodzaak van het spreken van en over God. “Een faculteit katholieke theologie dient aandacht te besteden aan het mysterie dat we ‘God’ noemen. Denken en spreken over God is onze core business. Anders hebben we geen reden van bestaan.” De titel van het symposium, ‘God ter sprake’ is met opzet dubbelzinnig. Denaux: “Aan al dit spreken van mensen over God gaat het spreken van God vooraf: ’In den beginnen was het Woord’ (Joh. 1,1). Katholieke theologie heeft de opdracht te doorgronden en te verhelderen dat de hele werkelijkheid, van schepping tot verlossing en voltooiing, een uitdrukking is van Gods spreken.”
Braambos
Wissink noemt dit een ‘mystagogisch proces’. “Het gaat niet alleen om vinden, maar om gevonden worden. Het is wat Mozes overkomt als hij het brandende braambos nadert. Uit dat bosje klinkt een stem: de onderzoeker is zelf gezien. En hij moet zijn sandalen uitdoen. Want die plek is heilig. Ik denk dat het de taak van de pastor is om op zulke momenten God bij name te noemen. Het is en blijft een waagstuk om te zeggen: ‘Hij is hier aanwezig’. Maar de gok moet worden genomen.”
Denaux nogmaals: “Theologen herinneren de wereld eraan dat de werkelijkheid niet slechts toegankelijk is met de ogen en oren van het lichaam – zoals in de empirische wetenschappen – maar ook met de ogen van het geloof. Dat is ‘geloofs-gehoor-zaamheid’, dat is theologie.”
Alle sprekers op kardinaal Daneels na zijn als hoogleraar verbonden aan de FKT.
Bron: Dit artikel is eerder gepubliceerd in het blad rkkerk.nl
...
|